Vanmorgen, op weg naar het station, bleef iemand steeds achter me fietsen. Ik maakte flink vaart, todat ik een stel scholieren passeerde. Toen hield ik even in en werd uiteindelijk voorbij gereden. De kwijlerd durfde ook nog te zeggen dat ik ‘net zo lekker de vaart in had’. Daar heb nou echt een hekel aan. Neem dan de kop eens over, dan schieten we samen lekker op, maar nne lekker in mijn wiel blijven rijden, bah.
De huisarts van oma, die tot nu toe nog geen constructieve bijdrage in wat dan ook heeft geleverd, kwam vandaag plots met de optie van een verpleeghuis. Niet ideaal, maar beslist een aanvaardbare oplossing. Komende week zuleen er hopenlijk knopen doorgehakt worden.